Kitty Jong
Contact

Vrouw en klimaat

oktober 2018

Op 26 september 2018 vond in Den Haag de Vrouwen Klimaattop: energieke waarden plaats, een initiatief van onder meer de Sociaal Economische Raad. Tijdens deze bijeenkomst discussieerden een vijftigtal vrouwen betrokken bij de energietransitie over een aantal belanghebbende thema's die verbonden zijn met de energietransitie. Daaronder het thema een inclusieve transitie. Onderdeel van de discussie daarin is de rol van de overheid. Nadrukkelijk is de positie van vrouwen in de energietransitie betrokken bij de discussie, evenals het uitgangspunt dat lessen geleerd dienen te worden van de decentralisaties van 2014, waarin de participatiewet, de WMO en de jeugdzorg de verantwoordelijkheid werden van de gemeenten. In de voorstellen voor het klimaatakkoord wordt een
vergelijkbare decentralisatie voorgestaan, met een vertaling van het landelijk beleid naar 30 regionale energiestrategieen.

Het mag na de presentatie van de doorrekening door het Planbureau voor de leefomgeving van 28 september jl. duidelijk zijn: de opdracht om alleen al tot een CO2-reductie van 49% wordt een loodzware taak. Alleen al bezien vanuit de technische maatregelen die noodzakelijk zijn om de doelstelling te halen, en de financiering daarvan. Politici breken daar dezer dagen het hoofd over. Gevaar daarbij is dat voorbijgegaan wordt aan een belangrijke notie: deze energietransitie is niet louter een technologische exercitie, maar bovenal een maatschappelijke omschakeling. Waarbij het uitgangspunt moet zijn dat niemand in de kou staat, sterker nog: de energietransitie is een kans om een positieve beweging te maken. Met het hieronder geschetste beeld willen we een bijdrage aan de discussie leveren vanuit een ander perspectief: dat van vrouwen.

De overheid heeft een regierol, schetst de kaders en is daarmee een motor van de maatschappelijke transitie. De overheid moet zekerheid bieden, degenen die buiten de boot vallen ondersteunen en faciliteren in systeemkeuzes.

Zekerheid bieden
Lange termijn perspectief moet geborgd worden. Dat kan door de regierol institutioneel te verzekeren met een eigen opdracht die langer duurt dan een regeringsperiode. Die maatschappelijke opdracht moet breed gedragen zijn en met partners worden vastgelegd. Deze persoon en organisatie moet
vanuit dat maatschappelijk draagvlak eigen instrumenten krijgen en onafhankelijk van de politiek de energietransitie kunnen aanjagen. We noemen dit de Nationale Energie Vrouw. Naast deze landelijke aanpak is ook regionale en lokale verankering van dit instituut belangrijk. Bij zekerheid bieden hoort ook langjarige financiële zekerheid voor het uitvoeren van maatschappelijke programma’s. Bijvoorbeeld het opvangen van energie-armoede en het bewaken van de beleidskaders die ook voor
het bedrijfsleven relevant zijn. Deze Nationale Energievrouw focust op de maatschappelijke vraagstukken. Leidend daarbij is een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten met het principe vervuiler betaalt voorop, waarbij niemand door de bodem mag zakken. Om iedereen mee te laten
doen aan de transitie moet de basis worden versterkt: het sociaal minimum moet worden verhoogd, kinderen verdienen meer steun in het doorlopen van hun schoolcarrière en het potentieel van vrouwen moet beter worden benut.

De transitie mag niet over de hoofden van mensen heen worden uitgerold. De overheid heeft een leidende rol in het vormgeven van een positief narratief waarin rekenschap wordt gegeven van wat de energietransitie betekent voor mensen in hun dagelijks leven.

Dat betekent:
• Onderwijs dat kansen versterkt en de beroepsbevolking klaarmaakt voor de energietransitie. Daarbij hoort het versterken van het MBO en bijvoorbeeld beleidsvrijheid in het samenstellen van curriculum met ruimte voor regionale verschillen. Daarbij niet alleen aandacht voor
techniek van de transitie, maar interdisciplinair en met aandacht voor de maatschappelijke aspecten.

• Zorg dragen voor werknemers die hun baan verliezen door de energietransitie en de omschakeling niet mee kunnen maken. Waar het bedrijfsleven zelf niet compenseert door ontbrekende sociale plannen moet de overheid ondersteuning bieden.

• Aanpak sociale armoede die versterkt wordt door de energietransitie, bijvoorbeeld door een wijkgerichte aanpak en ondersteuning van bewoners om de omslag te kunnen maken, bijvoorbeeld door financiële bijdrage te leveren aan een elektrisch fornuis. Ook kunnen gemeenten kwetsbare groepen zoals ouderen en alleenstaande moeders betrekken en met
hen het gesprek voeren over ondersteuning.

• Niet alleen meer vrouwen in technische opleidingen maar ook meer vrouwen in technische banen. Dat vereist een omslag in de cultuur van de technische sector, maar ook een bredere systeemaanpassing waardoor combinatie zorg en werk beter wordt, bijvoorbeeld door het aanpassen van schooltijden en grotere deeltijdbanen. Ook willen we quota voor vrouwen in posities, bijvoorbeeld in de energieregio's.

• Het belasting- en subsidiestelsel moet worden herzien, ten gunste van de minst vervuilende groepen, zoals MKB, huisartsen, ZZP-ers en huishoudens met een kleine beurs.

• Op lokaal niveau kunnen overheden meer doen om decentrale energieopwekking en besparing te stimuleren en de kansen die er zijn te benutten voor grotere groepen, bijvoorbeeld door de mogelijkheden die energie coöperaties bieden.

Karin Schrederhof, wethouder Wonen, WMO en Sport in Delft
Kirsten Meijer, directeur Women engage in a common future
Kitty Jong, portefeuillehouder energietransitie FNV

website by Madebyjong
closearrow-circle-o-downalign-justify linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram